De schildklier is de thermostaat van het lichaam. Het regelt door middel van de afgifte van hormonen de stofwisseling in het lichaam. De schildklier zelf wordt o.a. aangestuurd door de hypofyse, een regelcentrum in de hersenen dat heel veel processen in het lichaam aanstuurt. De hypofyse geeft een stof (tyroïd stimulerend hormoon (TSH)) af die de schildklier stimuleert om een hormoon (Tyroxine) af te geven. De hoeveelheid TSH die wordt afgegeven is afhankelijk van de hoeveelheid Thyroxine in het bloed.

Aandoeningen aan de schildklier

Bij onze huisdieren komen 2 aandoeningen aan de schildklier met regelmaat voor. Dit zijn:

  • te veel schildklierhormoon in het bloed (hyperthyreoïdie)
  • te weinig schildklierhormoon in het bloed (hypothyreoïdie)

Hyperthyreoïdie komt voornamelijk voor bij katten op hogere leeftijd, hypothyreoïdie voornamelijk bij volwassen honden. In dit blog informeer ik u over hyperthyreoïdie, overproductie van schildklierhormonen, bij de kat.

Hyperthyreoïdie

cindy en haar kat

Het schildklierweefsel van een kat met hyperthyreoïdie produceert thyroxine zonder daarbij te letten op de hoeveelheid TSH in het bloed. Het blijft produceren ongeacht of het nodig is of niet.

Door de grote hoeveelheid thyroxine in het bloed wordt de stofwisseling van deze katten opgejaagd. Ze verbranden grote hoeveelheden calorieën. Ze zullen gewicht verliezen. Hierdoor raken de katten vraatzuchtig, ze zullen meer en sneller eten dan toen de schildklier nog normaal functioneerde. Veel eigenaren zien de eerste symptomen als een positieve verandering. De kat was eerst wat te dik en niet meer zo actief en nu verliest hij gewicht, is vaker wakker en drukker dan voorheen. Het lijkt alsof de kat is opgeknapt. Als hij echt is vermagerd en ook ‘s nachts actief is en de eigenaren uit de slaap houdt is voor veel mensen het moment aangebroken waarop ze hulp van de dierenarts in zullen roepen.

Aan de hand van de anamnese (het verhaal wat de eigenaar vertelt over hoe het met de kat gaat, welke veranderingen er zijn en hoe lang dit al speelt) en het lichamelijk onderzoek zal de dierenarts (onder andere) verder onderzoek doen naar het functioneren van de schildklier. Hiervoor is een bloedonderzoek nodig. De dierenarts zal bloed afnemen en de thyroxinewaarde (T4) in het bloed (laten) meten.

Problemen naast de hyperthyreoïdie

Doordat het lichaam als het ware constant wordt opgejaagd door de hoge thyroxinewaarde in het bloed wordt het lichaam op verschillende plekken overbelast. Het hart klopt constant sneller en komt niet meer in rust, de bloeddruk stijgt. Hierdoor wordt de druk op de nieren groter. De druk op alle kleine bloedvaatjes wordt groter. Een kat kan blind worden doordat de verhoogde bloeddruk bloedingen in het oog veroorzaakt.

Extra onderzoeken

Naast de thyroxinewaarde in het bloed is het ook van belang om door middel van een echo en/of een bloedonderzoek, te kijken of er schade is aan het hart. Ook zal door middel van een bloedonderzoek worden gekeken hoe de nieren op dit moment functioneren. Dit onderzoek zal later in de behandeling moeten worden herhaald. Wanneer de thyroxinewaarde door behandeling weer omlaag gebracht wordt en de bloeddruk daalt, dan kan pas met zekerheid worden gezegd of de nieren nog goed functioneren.

Behandeling hyperthyreoïdie

Er zijn verschillende behandelingen mogelijk met ieder zijn voor- en nadelen.

Operatie:

Bij de operatie wordt (een deel van) de schildklier verwijderd. Het voordeel hiervan is dat het probleem bij volledige verwijdering van alle schildklierweefsel niet meer terug kan komen. Het nadeel is dat er een risico bestaat dat 2 kleine (ter grootte van een speldenknop), maar zeer belangrijke kliertjes, de bijschildkliertjes, worden beschadigd of verwijderd. Deze kliertjes zijn van cruciaal belang in de kalkhuishouding van o.a. de botten. Een ander nadeel is dat het dier onder narcose moet terwijl er door de hyperthyreoïdie een groter narcoserisico is. En er kan soms schildklierweefsel op een andere plaats in het lichaam aanwezig zijn. Als dit zo is dan zal na de operatie nog steeds te veel schildklierhormoon worden geproduceerd.

Medicatie:

Door middel van medicijnen kan de productie van thyroxine worden onderdrukt tot een normaal niveau. Soms wordt hierna alsnog gekozen voor een operatie als er geen hart- of nierproblemen zijn. Het voordeel van medicatie is dat het dier er niet voor onder narcose hoeft, de schildklier blijft thyroxine produceren maar minder. Het nadeel is dat niet iedere kat gemakkelijk tabletten slikt en het soms lastig te controleren is of de dagelijkse dosering wel is opgegeten. Een ander nadeel is dat er een kans is op bijwerkingen door de medicijnen. Wanneer een kat medicijnen slikt om de productie van thyroxine te onderdrukken zal hij zijn leven lang, zeer regelmatig bloedonderzoek moeten ondergaan. Niet alleen om de dosering van de medicijnen te controleren maar ook om te controleren of er veranderingen in het bloed zijn die kunnen zijn veroorzaakt door de medicijnen.

verzeker uw huisdier

Scintigrafie:

Bij een scintigrafie wordt een radioactief jodium in het bloed gespoten. Dit jodium wordt opgenomen door het overactieve schildklierweefsel, ook als dat zich op een andere plek bevindt. De cellen die ontspoord zijn en te veel hormoon produceren worden hiermee kapot gemaakt en de gezonde cellen blijven bestaan.

Voordeel hiervan is dat de kat hierna geen medicijnen voor de schildklier hoeft te krijgen en dat er geen kans is dat er nog weefsel aanwezig is wat niet is behandeld. De schildklier blijft na de behandeling nog thyroxine produceren en er is geen kans dat de bijschildklieren beschadigd raken.
Het nadeel is dat de kat voor deze behandeling, in verband met de radioactiviteit, een tijd moet worden opgenomen en dat deze behandeling maar door een aantal klinieken in Nederland kan worden gedaan.